Ga naar inhoud

Hoe je Vrije Software verkeerd kunt begrijpen

Veelvoorkomende misvattingen over vrije software gecorrigeerd.

De software-industrie kan niet blijven bestaan als programmeurs niet betaald worden

Bezorgde vrouw

Laat ons beginnen met dit feit: Vrije-softwareprogrammeurs worden wel degelijk graag betaald, en ze moeten allemaal geregeld eten kopen.

Wanneer we het over vrije software hebben, verwijzen we naar de vrijheid, niet prijs. U kunt daadwerkelijk betalen voor vrije software (of “open source” software 1) die u vervolgens kunt bestuderen, veranderen en naar believen kopiëren.

Hoe werkt het? U kunt het als volgt zien: software is gewoon code, code is in feite wiskunde. Zodra u software als nuttige wiskunde ziet, een gedetailleerde taal, in plaats van als gewoon bezit, is er geen reden om anderen in hun gebruik ervan te beperken.

Net als wiskunde (waar niemand eigendom zou claimen voor een formule) vereist software geavanceerde kennis om te worden aangepast, verbeterd en correct te worden toegepast. Dit is waar programmeurs over het algemeen een inkomen genereren: veel klanten, en vooral bedrijven, zijn bereid te betalen voor regelmatige beveiligingsupdates en verbeteringen aan de software.

Bedrijven in vrije software profiteren van een gedecentraliseerd softwareontwikkelingssysteem met een groot aantal vrijwilligers. De opbrengsten in de vrije-software-industrie kunnen weliswaar kleiner zijn dan bij hun niet-vrije tegenhanger, maar ze bestaan wel degelijk. Het uiteindelijke resultaat is dat de gebruikers vrije en gratis software kunnen gebruiken.

Vrije software draait niet om het ontmoedigen van programmeurs. Het beschouwt code als kennis die niet verborgen mag blijven voor de gebruiker. Het gebruikt een ander winstmodel, en veel bedrijven zijn hiermee al succesvol.

Innovatie wordt gesmoord in vrije software

Een veelgehoord idee is dat innovatie wordt tegengehouden als iedereen ideëen kan kopiëren.

In werkelijkheid is vrijheid vaak juist de sleutel tot innovatieve en succesvolle software.

  • Iedereen wordt toegestaan en toegejuicht eraan te werken;
  • Vele mensen willen eraan meewerken;
  • Er is geen reden alles opnieuw uit te vinden; ideëen kunnen direct worden verbeterd.

Niet-propriëtaire software stijgt in veel gevallen boven de massa uit. Denk bijvoorbeeld aan:

  • Android (AOSP)

    De open-source basis voor ‘s werelds meest gebruikte mobiele besturingssysteem.

  • Bitwarden

    De vertrouwde, open-source wachtwoordmanager voor al uw apparaten.

  • Blender

    De alles-in-één open-source suite voor 3D-modellering, animatie, rendering en visuele effecten.

  • Chromium

    De open-source engine achter Google Chrome, Microsoft Edge en Brave.

  • Docker

    De industriestandaard voor containerisatie, waardoor applicaties overal kunnen draaien.

  • Firefox

    Het belangrijkste privacygerichte alternatief voor op Chromium gebaseerde browsers.

  • Git

    Het versiebeheersysteem dat de industriestandaard is, ontwikkeld door de grondlegger van Linux.

  • Nginx

    Een krachtige webserver en reverse proxy die gebruikt wordt door de grootste websites ter wereld.

  • Node.js

    Hiermee kunnen ontwikkelaars JavaScript op servers uitvoeren, wat de basis vormt voor moderne webbackends.

  • PostgreSQL

    Bekend als ‘s werelds meest geavanceerde open-source relationele database.

  • Python

    De populairste taal voor AI, datawetenschap en algemene scripting.

  • Signal

    De gouden standaard voor open-source versleutelde berichtenuitwisseling.

  • Thunderbird

    De gratis, open-source e-mailclient, ontwikkeld voor privacy en vrijheid.

  • VLC Media Player

    De “speelt-alles-af”-mediaspeler die een vaste waarde blijft op bijna elk besturingssysteem.

  • Visual Studio Code

    De populairste code-editor ter wereld.

Software moet gewoon werken

Iedereen zou zich moeten afvragen of hun software wel vrij is.

Stel je voor dat je een auto koopt waarvan je de motorkap niet mag openen. Het maakt niet uit of je weet hoe een auto werkt – het gaat erom dat niemand de motor kan controleren. Hoe kun je je auto vertrouwen als niemand mag nagaan of hij betrouwbaar is, of hij niet lekt en of hij niet schadelijk is voor de samenleving en het milieu?

Dit is hetzelfde met software – behalve dat software veel meer doet dan auto’s aandrijven. Software bestuurt onze computers, telefoons, TVs, mediaspelers en meer. Het draagt onze informatie en cultuur.

Vrije software is net zo belangrijk als vrije meningsuiting en vrije marktwerking. Als software vrij is hebben de gebruikers vrijheid en controle.

Het goede nieuws: vrije software “werkt ook gewoon”. Vaak “werkt het zelfs gewoon beter”. Steek een GNU/Linux live USB-stick in je computer bij opstarten om zonder installatie een volledig werkend, goed georganiseerd systeem uit te proberen, zodat je zelf kunt oordelen.

Vrije software negeert de copyrights en patenten van software

Om dit goed te kunnen beantwoorden maken we eerst het verschil tussen copyright en een patent duidelijk. Copyright is een recht dat een auteur heeft over zijn of haar werk (bijvoorbeeld de tekst in een boek of de broncode van een programma). Een patent daarentegen is het betaalde, geregistreerde en exclusieve recht over de toepassing van een idee.

Auteursrecht is erg belangrijk bij vrije software. Het is hét mechanisme, dat centraal staat in de GNU General Public License, dat ervoor zorgt dat vrije software vrij blijft en dat auteurs erkenning krijgen voor hun werk. Programma’s zijn auteursrechtelijk beschermd, ongeacht of ze vrij of propriëtair zijn.

Iedere ontwikkelaar van propriëtaire software kan eenvoudig zien of zijn copyright wordt geschonden in vrije software, aangezien de broncode publiek is.

Softwarepatenten zijn daarentegen een erg controversieel begrip. Kort gezegd: er bestaat niet zoiets als “gepatenteerde software”. Door een patent te registreren kan iemand echter aanspraak maken op het eigendom van een proces. Het patent geldt vervolgens voor alle software die dit proces gebruikt, ongeacht of deze propriëtair of vrij is.

Softwarepatenten:

  • Zijn duur en worden pas enkele jaren na aanvraag toegekend;
  • Zijn geografisch beperkt (een patent toegekend in de V.S. heeft in Europa geen waarde);
  • Zijn lang geldig (vaak 20 jaar) in een snelbewegende industrie;
  • Omvatten vaak triviale toepassingen.

Om deze redenen werken ze zelden in het voordeel van vernieuwers (en worden ze ook zelden door vernieuwers zelf gebruikt).

Je kunt gerust stellen dat elk middelgroot stuk software inbreuk maakt op patenten, in verschillende landen, ongeacht of het vrij is of niet.

Afhankelijk van de mogelijkheid van de patenthouder om de hoge juridische kosten te dekken, of om terug te slaan met andere patentschendingen, kunnen over deze patenten royalties worden berekend en beperkingen worden toegepast.

Meer lezen:

Vrije software is als communisme

Voorstanders van dit idee beweren dat er geen privébezit kan bestaan met vrije (of “open source” 1) software. Laten we dit met een voorbeeld beantwoorden.

Stel je voor dat je één toepassing gebruikt die vrije software is, thuis en op het werk. Je vindt een manier om de software enorm te verbeteren en met de nieuwe versie werkt je computer beter en produceren je fabrieken tweemaal zo snel!

Deze aangepaste versie is jouw eigen versie. Je hoeft hierover niemand te vertellen en je hoeft geen winst af te staan die je ermee hebt gemaakt. Je gebruikt gewoon je vrijheid om software te gebruiken en aan te passen.

Wat de vrije softwarelicentie vereist, is dat als je deze software verspreidt, je deze vrij moet houden. Namelijk: als je cd’s met jouw software erop verkoopt, of als je mensen buiten je huis of bedrijf er gebruik van laat maken, dan moet je:

  • Ofwel iedereen dezelfde rechten geven die jij had toen je de oorspronkelijke software kreeg, d.w.z. de vrijheid om jouw versie te bekijken, aan te passen en te verspreiden;
  • Ofwel de oorspronkelijke software en jouw geheime toevoeging duidelijk scheiden (d.w.z., jouw toevoeging bevat niets uit het oorspronkelijke werk).

In feite ben je dus meer “eigenaar” van vrije software dan van propriëtaire software – waarbij de programmeur alles bepaalt wat je met de software mag en niet mag doen.

Vrije software heeft niets te maken met een politiek systeem. Je kunt vrije software draaien op propriëtaire software, net zo goed als andersom. De vrije softwarelicentie is simpelweg een juridisch, ethisch contract tussen de programmeur en de eindgebruiker.

Vrije software kan niet veilig zijn

Het argument is vaak dat aangezien de broncode van vrije software publiek is, deze waarschijnlijk minder veilig is.

Kort antwoord: de meeste servers draaien op vrije software. Dit zijn de grote netwerkcomputers die gevoelige informatie, zoals je bankgegevens en ondernemingsgeheimen, opslaan.

Een vollediger antwoord is dat de beschikbaarheid van broncode een garantie is voor veiligheid, geen zwaktebod. Die vrijheid maakt het mogelijk dat een grote groep mensen de software kunnen inzien, testen en verbeteren. Een goed slot is veilig doordat de technologie “open” is, hoewel alleen iemand met de sleutel deze kan openmaken. Hetzelfde geldt voor software.

Voorbeelden nodig? Kijk eens naar de Firefox-webbrowser, de Nginx-webserver, het OpenPGP-encryptiesysteem of het OpenBSD-besturingssysteem. En onder GNU/Linux zijn er geen spyware of virussen.

Met vrije software sta ik er alleen voor

In geen geval.

  • Als je op zoek bent naar goede documentatie en supportforums om je te helpen, is er voor vrije (‘open source’) software meer dan genoeg beschikbaar. Elke GNU/Linux-distributie heeft zijn eigen community (bijvoorbeeld Ask Ubuntu of Ask Fedora), maar er zijn ook algemene GNU/Linux-hulpcommunity’s, zoals Unix & Linux Stack Exchange.
  • Er zijn veel real-time discussiekanalen voor de vrije softwaregemeenschap. IRC, of Internet Relay Chat, is een realtime, op tekst gebaseerde vorm van communicatie. Je kunt gesprekken voeren met meerdere mensen in een open kanaal of met iemand privé één-op-één chatten.

    Grote GNU/Linux-distributies hebben hun eigen speciale IRC-kanalen waar je gebruikers en ontwikkelaars vindt die graag je vragen beantwoorden. Hier kun je de IRC-kanalen vinden voor de distributies die we aanbevelen:

  • Alle grote GNU/Linux-distributies bieden gratis hulp via mailinglijsten:

  • Als je liever iemand via de telefoon om hulp wilt vragen, dan bieden de meeste distributies commerciële ondersteuning: zie bijvoorbeeld Debian-consultanten, Ubuntu commercial support, of Red Hat Enterprise Linux.

Meer lezen op het web

  • Het GNU-project

    Dit is waar vrije software allemaal is begonnen. Je vindt er een schat aan informatie over de vrije softwarefilosofie, de geschiedenis van het project en de standpunten van de Free Software Foundation (de organisatie achter GNU).

  • Het FLOSS-conceptboekje

    Het concept van vrije/open source software wordt op een zeer leesbare en toegankelijke manier gepresenteerd. Een absolute aanrader.

  • Vrije software en vrije kennis

    Een geëngageerd artikel van de medeoprichter van Wikipedia, Jimmy Wales, dat de verbanden toont tussen vrijheid in software en vrije kennis.


  1. Wat wij hier “vrije software” noemen, wordt ook vaak “open source-software” genoemd. In de praktijk zijn de vereisten identiek, maar omdat de term “open” niet de associatie met vrijheid oproept, gaat het aan de essentie voorbij. Lees ons FAQ-item: Zijn “open source” en “vrije software” hetzelfde?